Maassluis, 10 Juli 2010.
Ik zit hier op een bank in een huis dat het mijne heet, te kijken naar een voetbalwedstrijd tussen Duitsland en Uruquay, die er eigenlijk niet echt toe doet en zo voelt het ook. Naast mij staat een glas wijn en een waterpijp. Ik kijk naar mijn uitgeblaaste rookpluim, terwijl mijn hoofd zich vult met appelsmaak. Zou ik niet willen dijnen op een landschap van appels? Appelsap, appelmoes, ach jee, mijn jeugd, pannenkoeken, onbezorgdheid.
Terwijl ik geen idee blijf hebben van de wedstrijd, bedenk ik dat ik toch wel weinig vrienden heb. Ja, ik ken mensen, met wie je dan praat over wijn en waterpijpen, maar zelden iets diepers lijkt te voelen van het leven. Met een enkeling is dat anders. Dan gaat het gesprek door tranen, langs woede en andere prikkels die ergens onder elk ons pantser sluimerde. Hoe naar was niet de alledag, dat gemier over hoe het ging en wat we vandaag gegeten hebben, waaraan ik ook zo vaak mee doe omdat je ook niet weet wat anders. En met de meeste mensen komt het ook gewoon niet, dat gesprek.
Afijn, genoeg daarover, want ik zal mezelf wel herhalen. Laat mij tot slot hier zeggen dat ik in de dagelijkse praktijk erg hard werk, misschien wel vooral omdat presteren me toch goed lijkt te stemmen. Me illusies maken over het nut van die prestaties doe ik niet. Het houdt me gaande en dat is het. Luiwammessen op een bank heb ik genoeg gedaan en kijk me nu toch eens. Ik ben een mens van tegenstellingen, dat ook nog eens.
Ondertussen is het buiten gaan onweren en ik geniet van de donkere luchten die voorbij trekken. Is het niet mooi dat er met ieder weer wel iemand blij is. Maar wie was er blij met die dagelijkse luchten, die sleur waardoor mensen naar hun werk gaan? En oh daar ga ik weer terug naar mijn verfoeide stokpaard. Het hoofd zal er wel vol van zitten.
+++
Maassluis, 13 februari 2010.
Compleet is het leven niet, zoveel is zeker. Compleet zal het ook nooit worden, dat weet ik ook. Terwijl de EO hier een kerkgezang laat horen en buiten een eenzame wind door de haven blaast, sta ik stil bij de wreedheid waarmee het leven van alledag ons vermaald. Zouden de mensen werkelijk willen winkelen bij Scapino? Zouden ze willen denken over de dingen waar ze over praten? O lagen er ook in hen die tranen,ongeduldig te wachten om naar buiten te komen, terwijl ook zij weer gewoon een nieuw pak gehakt uit het schap van C1000 trokken?
+++ Delft, 15 augustus 2009
Diep van binnen zullen we allemaal wel op zoek zijn naar seks hier. Maar wat een droevenis toch, zo'n lekker kontje hier en daar, daar op een bed te liggen met iemand die zegt je te begrijpen, terwijl je ogen wegdwalen naar het raamkozijn. Als we dan maar werkelijk niets zouden zeggen, als we dan maar werkelijk niets zouden ruiken - ja, wellicht zou ik het dan waarderen. Maar wat een ellende, zo'n gesprekje vooraf, over de koetjes van de buren, dat wanhopig nog een biertje drinken. Dat niet meer terugkunnen als een broek is losgeknoopt. Dat gevoel van gevangenschap in vervremende handen.
Delft, 11 maart 2009
De meeste gesprekken gaan langs me heen. Dan zit ik daar weer aan die hoek van de tafel, mij af te vragen wat ik nu toch kan zeggen, opdat ik ook wat toevoeg aan het gepraat dat als een razende bol blijft tollen, waarnaar ik overigens al lang niet meer luister, omdat ik enkel blijf staren naar het lege landschap dat zich in mijn hoofd aftekent. Op dergelijke momenten voel ik mij mislukt als mens. Waarom kunnen zij praten en waarom wil ik weer naar die WC - gewoon, om maar even weg te zijn? Waarom bedenk ik me zo vaak dat alles eigenlijk al gezegd is en anders wel door iemand anders wordt gezegd? Waarom ben ik zo verdwaald in mijn gedachten? Waarom ben ik zo bang voor iedereen?Soms tref ik een mens met wie ik wel kan praten. Waar dit dan aan ligt kan ik de vinger niet op leggen. Sommigen noemen het diepgang, maar dat woord kan ik maar niet snappen. Wel snap ik dat deze mensen mijn leven waarde geven en dat ik ze moet koesteren, ware het enkel omdat ze zo spaarzaam zijn en een zekere zin geven aan de alledag.Ondertussen verbaas ik me hoe iedereen toch maar lanterfant. Hoe de mensen om me heen hun illusies blijven najagen. Hoe ze telkens meer willen maar telkens minder lijken te vinden. Hoe er wordt gekibbeld in kantlijnen die ik nooit heb gevonden. Hoeveel onzinnigs er blijft worden gezegd en hoeveel zinnigs nooit gehoord wordt. En zo draaien we verder, terwijl de zon opnieuw ondergaat en ik bedenk hoe weinig tijd er nog is.